uit klein hoefblad september 2001
JAKOBSKRUISKRUID EN DE JAKOBSVLINDER
De Jakobsvlinder (Thyria jacobaea) is een opvallende overdag vliegende nachtvlinder in droge schrale hooilanden, die je de laatste jaren in de omgeving van Almere steeds meer kunt aantreffen op een al even opmerkelijk plant, het Jakobskruiskruid (Senecio jacobaea). De plant is zo genoemd omdat ze rond de feestdag van st Jacob 25 juli bloeit. Er is enige naamsverwarring over de correcte Nederlandse naam van de Jakobsvlinder. In veel boeken wordt hij dan ook st Jakobsvlinder genoemd. Schrale en droge hooilanden komen niet overal voor in Almere. Op dit moment zijn dat meestal spoorbanen en wegbermen, of voormalige zandopslag plaatsen en voormalige wegbedingen.
Het Jakobskruiskruid is een composiet met felle gele bloemen op hoge stengels. Ze heeft een cyclus van twee jaar, waarin in het eerste jaar een rozetje gevormd wordt en een diepe steekwortel, het tweede jaar komt daaruit een bloeistengel die halverwege vertakt en een gele bloemtros vormt. Er is een variëteit met bloemen zonder straal bloemetjes en een variëteit met bloemen met lintvormige straalbloemetjes. Beide variëteiten komen in buurt van Almere voor. De plant kan zich makkelijk verspreiden over een groot gebied, door zijn lichte zaadjes.
De kleine zwarte Jakobsvlinder met felrode vleugels en zwarte vleugels met rode stipjes zet zijn eitjes af op de nog niet bloeiende rozetjes van het Jakobskruiskruid af. De uit de eitjes komende geelzwarte gestreepte zebra-rupsen eten gezellig samen de hele plant en bloemen op. Je kan vaak een kluit geelzwartgestreepte rupsen tussen de bloemetjes aantreffen. De rupsjes verpoppen zich in de grond en overwinteren als pop, er zijn vaak twee generaties per jaar.
De felle kleuren doen al vermoeden dat de rups en vlinder niet een erg aanlokkelijke maaltijd zijn. Dit geldt ook voor de plant zelf. De rupsen zijn eigenlijk de enige die zonder problemen van de plant kunnen eten. Andere dieren, zoals koeien en paarden, en ook de mens, zullen door een flinke hoeveelheid plant te eten, een ernstige lever beschadiging kunnen oplopen, die uiteindelijk tot de dood kan leiden. De plant bevat namelijk een giftige alkaloïde. Vroeger werd de plant in hooilanden fel bestreden, maar tegenwoordig komt de plant weer meer voor mede door een ander bermbeheer. Menig veehouder is hier niet zo blij mee. De dieren in de wei zullen de planten wel mijden als er voldoende voedselaanbod is, omdat de planten niet echt lekker smaken, maar in gedroogde toestand is de aparte geur en smaak verdwenen en de plant nog net zo giftig. Hooi afkomstige van natuurlijke bermen kan dus Jakobskruiskruid bevatten. In kleine hoeveelheden is dat geen probleem, maar bij elke dag eten zijn de dieren uiteindelijk ten dode opgeschreven.
Wanneer de Jakobsvlinder eenmaal de planten ontdekt kunnen de rupsen de planten zo massaal en snel opeten, dat deze niet meer tot bloei komen en op die plek helemaal uitsterft. De rups zelf wordt meestal wel weer in toom gehouden door een sluipwesp, die haar als voedingsbron voor zijn larven gebruikt. Mieren die luizen op het Jakobskruiskruid melken, kunnen zo'n melkplantage verdedigen tegen de rupsenvraat, zodat een enkel exemplaar van het Jakobskruiskruid de rupsen vraat overleeft en zaad kan zetten. Het voorkomen van het Jakobskruiskruid op een bepaalde plek kan dus sterk wisselen, afhankelijk van ontkieming en rupsenvraat.Alice Bakker